Randwaarden (Boundary Value Analysis, BVA) en equivalente partitietests (Equivalence Partitioning, EP) zijn basismethoden van testontwerp in handmatige testing.
Achtergrond van de vraag:
Deze technieken zijn ontstaan om de overbodigheid van testscripts te verminderen en de kans op het vinden van defecten met minder inspanning te vergroten. Equivalente partitionering maakt het mogelijk om alle mogelijke invoergegevens te verdelen in groepen die op dezelfde manier moeten worden verwerkt, terwijl randwaarden bugs aan het licht brengen die vaak optreden aan de randen van bereik.
Probleem:
De belangrijkste moeilijkheid bij het toepassen van deze technieken is een onjuiste bepaling van de grenzen en de partities. Testers kunnen bijvoorbeeld de bereiken verkeerd definiëren (bijvoorbeeld één fout maken) of impliciete grenzen niet in overweging nemen (bijvoorbeeld of 0 werkt als het bereik begint bij 1).
Oplossing:
Voor een effectieve toepassing is het vereist om de specificatie zorgvuldig te lezen, duidelijk te definiëren welke invoergegevens worden verwacht en nauwkeurig open en gesloten grenzen aan te geven. Het is altijd belangrijk om twijfelgevallen te bespreken met analisten of ontwikkelaars.
Belangrijke kenmerken:
Als er veel equivalente klassen zijn, moeten alle grenzen dan getest worden?
Nee, je moet de meest kritische voor het bedrijf aansteken (alleen valide en ongeldige) en de testmatrix niet overbelasten.
Is de randwaarde zelf in het bereik inbegrepen?
Het hangt af van de voorwaarden van de taak: als het bereik [1, 10] is, dan zijn 1 en 10 inbegrepen; als (1, 10), dan niet.
Kun je deze technieken toepassen op tekst- en stringgegevens?
Ja, bijvoorbeeld voor het controleren van de lengte van strings, toegestane tekens en lege waarden.
De tester heeft bij het controleren van het veld "Leeftijd" (1-120) alleen testgevallen gemaakt voor de waarden 20, 50 en 100.
Voordelen:
Nadelen:
De tester controleerde alle grenzen: 0, 1, 2, 119, 120, 121 en een willekeurige waarde binnen het bereik.
Voordelen:
Nadelen: